Maatregelen

Hieronder vind je een heleboel inspiratie voor een duurzame inrichting van de speelplaats. Je kan de maatregelen filteren op hun inzetbaarheid.

Filters
Favorieten
Favorieten

Klik op het hartje bij een maatregel om 'm te bewaren.

Ondergrondse waterberging

© Aquafin

Infiltratiekratten en -putten nemen bovengronds geen ruimte in en maken daardoor dubbel ruimtegebruik mogelijk. Ze worden gebruikt om regenwater ondergronds tijdelijk op te slaan en vervolgens vertraagd te laten infiltreren in de bodem.

Bufferbekkens zullen het water bergen en vertraagd afvoeren naar het afwaartse stelsel, een gracht, een hemelwater of gemengde riolering zijn.

Het verschil met een infiltratiebekken is dat de bodem en wand van de buffer geen water doorlaat. Door te werken met een bodem en randen in beton of kunststof, kan er geen grondwater in het bekken sijpelen en kan er geen water uit het bekken in de bodem infiltreren. Bufferbekkens worden enkel aangeraden als het grondwater permanent er hoog is of als de grond erg ondoorlatend is (klei).

Ondergrondse infiltratie- en buffervolumes bestaan in allerlei afmetingen en vormen.

Infiltratiekratten

Infiltratiekratten zijn meestal van kunststof en zijn hol vanbinnen. De kratten zijn omhuld met filterdoek (geotextiel) om dichtslibben te voorkomen. Aan de onderkant en de zijkant zijn de kratten open, zodat het hemelwater kan infiltreren. De kratten kunnen worden geplaatst onder wegen, sportvelden, parkeergarages en onder terrassen op privéterrein. Het water van daken of andere oppervlakken komt in de kratten terecht van waaruit het hoofdzakelijk via de wanden infiltreert in de ondergrond. Er zijn ook modulaire systemen in beton verkrijgbaar.

De leverancier van de kratten moet de stabiliteit en de vormvastheid van het krattenbekken waarborgen voor de voorziene belasting en toepassing. Hij gebruikt hiervoor een berekeningsmethode die statistisch aanvaard is door de ‘Sectorale Commissie Themoplastische Kunststoffen’. De gewaarborgde levensduur is minimum 50 jaar.

In tegenstelling tot de eerste generatie kunststofkratten is het bij de nieuwste versies wel mogelijk ze te inspecteren en grondig te reinigen in alle richtingen en over de volledige oppervlakte van het bekken. Met het oog op onderhoud en inspectie moeten de kratten uitgerust zijn met voldoende grote deksels om de toegankelijkheid te garanderen.

Infiltratieputten en bakken in beton

Infiltratieputten (ook wel zakput of zinkput genoemd) zijn verticaal geplaatste groot formaat betonnen of kunststofbuizen waarop de hemelwaterafvoer is aangesloten. Ze zijn hol vanbinnen en hebben meestal geen bodem. De wanden zijn van gaten voorzien, waardoor het water ongehinderd in de omringende bodem kan infiltreren. Meestal wordt rond de put een ring van grind aangelegd. Het grind wordt gescheiden van de grond met geotextiel om dichtslibben te voorkomen. Vergeleken met infiltratiekratten, grindkoffers en -stroken zitten putten dieper. Infiltratieputten kunnen via een mangat gereinigd en leeggezogen worden.

Infiltratiekelder en betonnen infiltratieveld

Een infiltratiekelder is een grote put waarin een kelder met waterdoorlatende wanden wordt gebouwd. Gezien de diepte moeten er midden in de kelder kolommen aangebracht worden om de sterkte te garanderen.

Een betonnen infiltratieveld is een infiltratiekelder met beperkte hoogte (h < 1 m). Hierin worden  koepelvormige kunststof cassettes (gelijken op bijzetstoeltjes) naast elkaar geplaatst. Daar bovenop komt een betonnen vloerplaat. De koepelvormige kunststof cassettes dienen als verloren bekisting voor de ter plaatse te storten dekplaat. De bodem wordt afgedekt met een niet-geweven geotextiel. De stoeltjes worden bij voorkeur op een vloerplaat in drainerend beton geplaatst. De zijwanden van het bekken bestaan uit een XPE-grondkerende kunststofplaat en geweven geotextiel.

Een betonnen infiltratieveld kan worden gebruikt als kleiner systeem in gebieden met een relatief hoge grondwaterstand.

Bufferbekken

Als blijkt dat het niet of slechts gedeeltelijk haalbaar is om hemelwater ter plaatse te houden met infiltratie, dan kan (deels) gekozen worden voor een vertraagde afvoer.

De uitbouw van lokale buffering heeft als doel om het piekdebiet in het afwaartse watersysteem af te vlakken. Bij de uitbouw van zo’n buffering moet het bestaande grachtenstelsel maximaal gebruikt worden en is de verdere uitbouw van het grachtenstelsel in het projectgebied aangewezen.

In praktijk is gebleken dat het doorvoerdebiet van een buffering niet kleiner mag zijn dan 10 l/s voor het privaat domein en 20 l/s voor het openbaar domein om een goede werking en minimale verstopping en onderhoud te garanderen.

Berekeningen tonen aan dat het niet effectief is om buffering te bouwen voor kleine afvoerende oppervlakken. De buffering zal niet gevuld worden omdat er niet voldoende debiet kan worden afgeknepen. Voor kleine oppervlaktes zijn ontharding, hergebruik en infiltratie een betere oplossing.

Een buffersysteem staat in de regel leeg en wordt enkel bij grote buien gevuld. Het kan echter een keuze zijn om de buffer steeds gedeeltelijk vol te laten staan. De knijpconstructie moet dan hoger komen dan de bodem. Het water dat blijft staan, kan gebruikt worden, bijvoorbeeld als aftappunt in de zomer. Dit volume kan dan uiteraard niet ingerekend worden als beschikbaar buffervolume aangezien het verondersteld wordt vol te staan. Voor permanent hergebruik wordt een hemelwaterput, die enkel voor regenwater gebruik benut wordt, aanbevolen.

Onderhoud

Hemelwaterafvoeren van dakoppervlakken, wegen, pleinen en andere verharde oppervlakken kunnen aangesloten worden op een krattensysteem, infiltratiekelders, bufferbekkens of op infiltratieputten.

Uiteraard mag alleen proper regenwater worden geïnfiltreerd. Om vervuiling van het buffer- en infiltratievolume tegen te gaan, worden bladresten en andere grotere verontreinigingen zoals takjes en zwerfvuil  eerst opgevangen. Dit moet gebeuren op een makkelijk bereikbare plaats om regelmatig te kunnen schoonmaken. Verontreinigd regenwater moet eerst door een voorfilter of bezinkingsput geleid worden voor een eerste sedimentatie.

In vergelijking met bovengrondse infiltratievoorzieningen zoals een wadi hebben de ondergrondse voorzieningen het nadeel dat bijvoorbeeld verontreinigingen niet makkelijk zichtbaar zijn. Rust daarom de ondergrondse voorziening uit met een mangat voor reiniging en onderhoud. Een roosterdeksel kan dan meteen dienstdoen als ontluchting.

Aanleg

Hoeveel kratten of putten er nodig zijn, wordt bepaald door het oppervlak dat erop afwatert en de intensiteit van de regenbui die volgens geldende voorschriften geborgen moet worden. De ondergrond moet voldoende doorlatend zijn om infiltratie mogelijk te maken en de grondwaterstanden mogen niet te hoog zijn. Voer hiervoor altijd infiltratieproeven en grondwaterpeilmetingen uit. Breng de ondergrond in kaart, want de bodemopbouw kan ook per locatie verschillen en de infiltratie lokaal bemoeilijken.

Bij hoge grondwaterpeilen zijn deze systemen niet mogelijk. Ze worden namelijk altijd vrij diep aangelegd om erboven de nodige wegenisopbouw te kunnen voorzien.

Zoals voor alle infiltratiesystemen geldt, moeten de kratten en putten boven het gemiddelde grondwaterniveau worden aangelegd. Omdat ze voornamelijk via de wanden het water laten infiltreren, moet het wandoppervlak zo groot mogelijk gemaakt worden. Het bodemoppervlak mag bij de dimensionering niet worden meegerekend. Lange, smalle voorzieningen waarin niet te veel kratten tegen elkaar liggen, bieden dus de best mogelijke infiltratie.

Infiltratiecapaciteit

De ondergrondse infiltratievoorziening houdt het regenwater liefst enkele uren vast en is na maximaal 72 uur weer helemaal leeg. Lukt het tijdig ledigen niet, bijvoorbeeld door een minder goed doorlatende ondergrond, zoek dan naar een doorvoermogelijkheid die de kratten of putten ledigt zoals een debietbegrenzer of een knijpvoorziening. Of verbeter de grond zodat het water beter kan infiltreren. Gravitaire afvoer heeft altijd de voorkeur boven een pomp. Gebruik alleen een pomp als er geen andere oplossing mogelijk is.

De infiltratie en buffervoorzieningen moeten een noodoverloop hebben die aangesloten is op de riolering of het oppervlaktewater.

Voor- en nadelen

Kunststof infiltratiekratten hebben als voordeel dat ze minder diep zitten en toegepast kunnen worden bij hogere grondwaterstanden. De stabiliteit onder wegenis is daarentegen minder zeker.

Er bestaan ook betonnen infiltratieblokken die vlakvormig kunnen worden aangelegd. Omdat ze dieper zitten, kunnen infiltratieputten alleen in gebieden met lage grondwaterstanden worden toegepast.

Betonnen voorzieningen hebben minder gronddekking nodig omdat ze beter dan kunststofkratten bestand zijn tegen belasting door bijvoorbeeld verkeer. Beton is makkelijker opnieuw te gebruiken en levert minder plasticafval op. Elk systeem heeft dus zo zijn voor en nadelen.

 

×