© Monique Hoogland

Maatregelen voor een groene en klimaatbestendige tuin

Laat je inspireren door alle mogelijke maatregelen om je tuin klimaat-, water- en natuurvriendelijk te maken.

Een kleine aanpassing heeft al een groot effect

Filters
Favorieten
Favorieten

Klik op het hartje bij een maatregel om 'm te bewaren.

Schuilplaats voor meer dieren in de tuin

© Amar Sjauw En Wa - Windhorst
© Amar Sjauw En Wa - Windhorst
© Amar Sjauw En Wa -Windhorst
© pxhere.com
© Amar Sjauw En Wa -Windhorst
© Amar Sjauw En Wa -Windhorst
© pxhere.com
© Chantel van Beurden

Door verschillende nest- of schuilplaatsen te maken trek je allerlei dieren aan, wat voor meer biodiversiteit zorgt. Daarnaast helpen ze vaak tegen de kleine plagen waar je soms in je tuin mee te maken hebt (bijvoorbeeld een slakkenplaag).

Vogels

Een nestkastje voor vogels geeft veel leven in de tuin. Het af en aan vliegen wanneer er jongen zijn is een leuk gezicht. Nestkastjes, of vogelhuisjes, zijn er in vele vormen en in diverse uitvoeringen voor de verschillende soorten vogels. Ook als je geen tuin hebt, kun je een nestkastje ophangen. De plek is wel belangrijk. De vogels moeten zich veilig voelen, dus een rustige locatie, die veilig aan te vliegen is, is cruciaal. Verder is het belangrijk dat een nestkastje niet in de volle zon hangt en beschut is tegen de wind. Katten mogen er niet bij kunnen. Sommige soorten wonen liever ver uit elkaar, andere wonen juist liever in groepen. Houd hier rekening mee.
Er zijn verschillende vogelkastjes te koop. Zo is een kastje met een opening van 26-28 mm gunstig voor verschillende soorten mussen. Een opening van 32 mm is voor de koolmees en boomklever geschikt. 35 mm trekt de bonte vliegenvanger en de veld- en huismus aan. Een opening van 48 mm is voor bijvoorbeeld het roodstaartje.
Je kan een vogelhuisje ook makkelijk zelf maken. Een goed bodemoppervlak is 13×13 cm met een hoogte van 24 cm. Het mooiste is als het dakje wat afloopt. Maak daarom de achterzijde 28 cm, de voorzijde 24 cm en laat het dakje wat oversteken. Boor in de vloerplaat een paar kleine gaten voor ventilatie en zorg dat je het kastje open kunt maken, zodat je het in het najaar kan schoonmaken. Lees ook eens in Vogels in elke tuin, een publicatie van Natuurpunt.

Zwaluwdakpan

Zwaluwen broeden vaak in oudere gebouwen, omdat hier meestal nog openingen zitten om onder het dak te kunnen komen. Ook op jouw dak kun je maatregelen treffen die dieren helpen. Zo kun je een normale dakpan vervangen door een zwaluwdakpan, waar zwaluwen een nest in kunnen bouwen.

Vleermuizen

Vleermuizen houden van krap en warm. Ze hebben het liefst een nestkastje van 40x30x8 cm. Hier kunnen ze zich lekker tussen klemmen. De opening hoeft maar 2 cm te zijn. Anders kunnen vogels ook in de kast. Heb geduld, het kan lang duren voordat vleermuizen het kastje accepteren.

Eekhoorns

Eekhoorns komen vooral voor in de buurt van eiken, beuken en hazelaars. Door een speciaal voederhuisje voor eekhoorns te maken zullen ze je voedersilo voor de vogels met rust laten. Een nestkast voor een eekhoorn is bijna hetzelfde als voor een vogel. Er zitten wel meer en grotere gaten in. Het is belangrijk dat de eekhoorn er vanaf de stam van de boom in kan. Een gat aan de achterkant is een must.

Hang de nestkast voor de eekhoorn met het gat gericht op het noordwesten en zo’n drie tot vier meter boven de grond. Voor een eekhoorn is een nestkast van 20x20x20 cm voldoende.

Egels

Om een egel in je tuin te laten ‘wonen’ hebben ze een slaapplaats nodig onder een boomstronk, in een stapel bladeren of onder een struik. Egels zijn ‘s nachts actief, overdag zie je ze nauwelijks.
Egels hebben een behoorlijk territorium nodig voor het zoeken naar eten. Het is daarom goed om samen met je buren te zorgen voor een egelvriendelijke omgeving. Gaten van 15 x 15 cm in de schutting zijn groot genoeg voor egels om zich van tuin naar tuin te verplaatsen. Een heg als erfafscheiding is bijvoorbeeld erg goed. Ze bieden een makkelijke doorgang en een goede schuilplaats.
Egels houden van oktober tot maart april een winterslaap. Daarna worden de kleintjes geboren. Soms paren ze voor een tweede keer en krijgen ze in augustus weer een nest jonkies. Een egelhuis is heel geschikt om in te overwinteren of jongen te krijgen. Af en toe worden ze wel wakker en verlaten ze het nest. Een egelhuis is kant en klaar te koop, of kun je zelf maken van een oude krat of een stevige wijnkist. Wil je van je tuin een echt egelparadijs maken? Vraag dan je gratis egelgids aan bij Natuurpunt.

Paddenhuis

Het grootste gedeelte van het jaar leven padden op het land. Het zijn nachtactieve dieren, die pas in de schemering tevoorschijn komen. In het voorjaar, het voortplantingsseizoen, gaan ze op zoek naar het water waar ze zijn geboren. Dit heet de ‘paddentrek’. Padden houden van plekjes om zich in terug te trekken, zoals composthopen, gestapeld hout, grote stenen en boomstammetjes. Je kunt een paddenhuis in de winkel kopen, maar ook gemakkelijk zelf maken.

Ga op zoek naar een plek in de tuin die donker, vochtig en koel is, bij voorkeur dus in de buurt van een vijver of andere waterbron. Plaats een pot op zijn zijkant, een klein stukje in de aarde en let erop dat de opening naar het zuiden wijst. Bedek tenslotte de binnenkant en omgeving van de bloempot met bladeren, compost of mos.

Amfibieën in je tuin

Een amfibievriendelijke tuin begint bij het maken van allerlei schuilplekken De meeste soorten brengen een groot deel van hun leven op het land door. Donkere, vochtige en veilige plekken zijn cruciaal. Dit kunnen bijvoorbeeld houtstapels, stenen muurtjes, dakpannen of composthopen zijn. Een rommelhoekje met wat hoogteverschillen is ideaal.

Voor de voortplanting zijn veel soorten afhankelijk van water. De vijver moet vol in de zon liggen en glooiende oevers hebben, zodat de dieren makkelijk het water in en uit kunnen. In de vijver moeten voldoende waterplanten groeien, maar pas op voor wildgroei. Te veel waterplanten maken te veel schaduw en dan wordt het water te koel.

Insectenhotel

Alle dieren hebben een eigen plek in het ecosysteem. Een groot deel van alle diersoorten op aarde zijn insecten. Ze vormen een voedingsbron voor vogels en andere dieren, ze bestuiven bloemen en planten, ze bestrijden elkaar en houden zo de populaties in balans.

Een insectenhotel kun je gemakkelijk zelf maken, maar je kunt ze ook kant en klaar kopen. Boor in een houtblok gaten van verschillende doorsnedes of maak een bundel riet- of bamboestengels en plaats deze met de holle kanten naar buiten in een doosje. Je insectenhotel is nu al klaar! Hang het op een droge plek. Je kan verschillende insecten in je hotel verwelkomen. Ieder insect heeft zo zijn eigen voorkeur.

Bijen

Solitaire bijen zoals metselbijen, behangersbijen en wolbijen leggen hun eitjes in de gaatjes van het insectenhotel. Daarna dekt de bij ze af met stuifmeel en gaat ze als een echte metselaar te werk om het gaatje te dichten met kleiachtig materiaal (metselbijen). De larve die uit het eitje komt, zal het stuifmeel opeten. Als ze groot genoeg is, eet ze zich een weg naar buiten.

Oorwurm

De oorwurm eet veel bladluizen en is zelf voedsel voor de vogels. Al wat je moet doen is een (terracotta) potje onderste boven hangen met hierin een bosje stro vast gemaakt.

Lieveheersbeestjes

Lieveheersbeestjes zijn eigenlijk gewoon hele schattige kevers, met een halfronde bolvorm en korte pootjes. De eitjes zijn geel en worden in het voorjaar gelegd, meestal in groepjes bij elkaar aan de onderkant van een blad. In de maanden mei en juni zijn de larven in de tuin te zien.
Als de larven zijn uitgegroeid, vervellen ze. Na een aantal vervellingen verpoppen ze zich. Je kunt ze dan in de tuin vastgeplakt zien zitten op de meest uiteenlopende plekken, bijvoorbeeld op stoelen en tafels. Na ongeveer een week komt het lieveheersbeestje dan uit de pop.
Zowel het volwassen lieveheersbeestje als de larven eten heel veel bladluizen. Een volwassen lieveheersbeestje eet er wel zo’n 100 per dag. Ze voeden zich met mijten, schildluizen en kleine rupsen. Ze zijn dus mooie bondgenoten om insectenplagen in je tuin te voorkomen/bestrijden.
Tijdens de winterslaap schuilen ze in insectenhotels of plantenafval. Ruim dus niet te veel op en wacht met het terugsnoeien van borders tot de lente aanbreekt. Meidoorn, liguster en hazelaar zijn populair bij lieveheersbeestjes.
Wist je trouwens dat het een fabeltje is dat je aan het aantal stippen kunt zien hoe oud het lieveheersbeestje is?

kosten
zeer weinig kosten
moeilijkheid
makkelijk
onderhoud
zeer weinig onderhoud
×